www.katardat.org
update: 26-01-2003
De geschiedenis van Tsjechi‘
[Bohemen en Moravi‘] Schematisch overzicht
Lieven SOETE | 15-05-1993 | copyleft

Op basis van het boek: La TchŽcoslovaquie, Histoire lointaine et rŽcente | Frantisek KAVKA, Praag, 1963

  • Bronstijd
  • Romeinse Rijk
  • 830 > Groot-Moravische Rijk
  • 1200 > Duitse kolonisten
  • 1235 > Premsyl II
  • 1346 - 1378 > Karel I
  • 1400 > Jan Hus & de Hussieten
  • 1420 > De Hussieten in Tabor
  • 1460 > Zilvermijnen
  • 1526 > Ferdinand I van Habsburg
  • 1618 > Tweede defenestratie van Praag
  • 1618-1648 > Dertigjarige oorlog
  • 1648 > Barokke wraak van de jezuieten
  • 1781 > Jozef II
  • 1815 > Reactie | Romantiek
  • 1848 > Revolutie
  • 1919 > Eerste republiek
  • 1939 > Nazibezetting
  • 1944 > Conferentie van Yalta
  • 1945 > Bevrijding door Rode Leger
  • 1946 > Verkiezingen
  • 1948 > Februarirevolutie
  • 1948 > Koude Oorlog
  • 1968 > Praagse Lente
  • Bronstijdperk (1400 tot 1000 voor onze tijdsrekening): de beschikbaarheid van tin in Bohemen en Moravi‘ maakt Tsjechi‘ belangrijk. Koper wordt aangevoerd vanuit de Ege•sche Zeegebieden (mede uit Egypte en Azi‘). Samen met de vruchtbare bodem en de goede bereikbaarheid (rivieren, hoogvlaktes) is het voor die tijd al "dicht" bevolkt.

    IJzertijdperk (het millennium voor onze tijdsrekening): overvloedige aanwezigheid van ijzererts in Tsjechi‘ maakt het een belangrijk "centrum" van artisanale produktie (wapens, landbouwwerktuigen) en van handel (gebruik van munten als betaalmiddel). Ontstaan van de eerste Keltische "steden".

    98 - 117: Het Romeinse Rijk bouwt een fortengordel aan de Donau. Tsjechi‘ wordt regelmatig slagveld voor de strijd tussen de oprukkende Germanen vanuit het Noorden en de Romeinen.

    850: tot midden van de negende eeuw: uiteenvallen van de stammenmaatschappij en ontstaan van feodale staten. Waar de grond nog collectief bezit was, werd de bewerking ervan en de toe‘igening van de opbrengst steeds meer een persoonlijke kwestie. Het was slechts een kleine stap om ook de gronden tot individuele eigendom te maken. De stammenleiders eigenden zich de beste en grootste stukken gronden toe en verplichtten de rest van de bevolking als horigen voor hen te werken. Ze bouwden legers op om de orde te handhaven, hun eigendommen te beschermen tegen naburige heersers en om zelf op plundertocht te trekken bij de buren. De "staat" werd geboren, het feodale systeem. Toenemende handelsbetrekkingen en "arbeidsverdeling" maakte dit noodzakelijk. Dit gaat samen met het oprukken en opleggen van het christendom (monothe•sme en sterke hi‘rarchie) dat een "goddelijke" status verleent aan de krijgsheren en mee een hiÎrarchisch systeem uitbouwt (uiteindelijk heel Europa onder de leiding van paus en keizer). Opkomst van de Romaanse architectuur en kunst.

    ________Top
    830:Groot-MoravischeRijk: eerstefeodale Slavische staat (Bohemen, Moravi‘, Slovakije, Polen, Servi‘). Hoogtepunt o.l.v. Svatopluk (870 -894). Richt zich op Rome i.p.v. op Byzantium: cyrillisch schrift en Byzantijnse ritus worden verbannen. Het rijk valt uiteen in 903 - 906, ondermeer door het binnenvallen van de Magyaren in Slovakije.

    863: Cyrillus en Methodius (twee Byzantijnse Grieken) zetten het Slavisch om in een geschreven taal: het cyrillisch schrift. Het Slavisch wordt een van de eerste Europese cultuurtalen. (De rest van West-Europa beschikt alleen over het Latijn).

    895: Bohemen scheurt zich af van het Moravische Rijk onder de leiding van de Premysliden. In 870: eerste burcht in Praag dat de residentie wordt van de Boheemse prinsen. Hertog Wenceslas (907 -929) wordt symbool, mede door zijn heiligverklaring. (De "vader van de natie". Vandaar het centrale plein en standbeeld in Praag).

    967: Bohemen - dat later koninkrijk wordt - komt na een veertienjarige oorlog onder het gezag van het Oostromeinse (Germaanse) Rijk maar behoudt een grote vorm van onafhankelijkheid: eigen wetten, eigen munt, soeverein binnen eigen vastgelegde grenzen, de Boheemse adel beslist over de troonopvolging, kiest de koning,... De hogere adel wordt steeds meer Duits (Germaans): voor bewezen diensten krijgen krijgsheren van de Duitse keizer gebieden in Bohemen. Bloeiperiode van de Romaanse architectuur en kunst: tot 1250. Het Slavisch geraakt in de verdrukking: door het latijn en het Duits.

    1200: Vanaf begin van de dertiende eeuw: economische bloei van Tsjechi‘ vooral dank zij de vooruitgang in de landbouw. Invoeren van de ijzeren ploeg (ongeveer gelijktijdig als in de Nederlanden) en het drieslagstelsel. Ontginning van grote stukken bos- tot landbouwgrond. Aangezien dit zeer hard labeur betekende, kregen de boeren ter compensatie een nieuw eigendomstelsel: de grond werd erfelijk de eigendom van wie hem gebruiksklaar had gemaakt (het "Duitse" stelsel). Ontstaan dus van een nieuwe klasse van vrije boeren. Velen daarvan waren Duitse (Germaanse) kolonisten. Het geld (munten) vervangt steeds meer de herendiensten en betalingen in natura door de horige boeren.
    ________Top
    Ontstaan, groei en bloei van een dicht netwerk van steden (analoog met de ontwikkeling in de Nederlanden, de Champagnestreek en Noord-Itali‘ en uniek in Midden- en Oost-Europa). Concentratie van artisanale produktie, binnen- en ook buitenlandse marktplaatsen; belangrijke nieuwe bron van inkomsten voor de heersers (belastingen op nagenoeg alles) - ter compensatie: toekennen van privileges en zekere autonomie. Ontstaan van een nieuwe klasse: de stedelijke patrici‘rs (waaruit later de bourgeoisie zal ontstaan) die de machtspositie van de landadel vermindert. Overheersende positie van Duitse (Germaanse) oude kolonistenen nieuw aangetrokken specialisten in veel steden.

    De ontdekking van belangrijke zilvermijnen in Tsjechi‘ trekt massa's gelukzoekers aan en cre‘ert de belangrijkste zilvermijnindustrie van Europa. Het Tsjechische mijnwetboek wordt overal in Europa gebruikt en vertaald en zal ondermeer ook in de goud- en zilvermijnen in Amerika (vanaf 1500) als basis dienen.

    Begin van de Gotische architectuur en kunst, steeds meer als een stedelijk cultuurfenomeen (religieuze maar evenzeer profane, civiele architectuur; hof-, ridder- en kloostercultuur op hoogtepunt en steeds groter belang van de stedelijke patrici‘rscultuur; opkomst van de profane po‘zie en muziek (minnezangers, madrigalen).

    1235: Terwijl de grote rijken in West- en Midden-Europa over hun hoogtepunt zijn (Honderdjarige oorlog 1235 -1345) trachten de Tsjechische heersers het economische belang van hun landom te zetten in politieke macht. Koning Premsyl II (of Ottokar II) (1253 - 1278) pretendeert zelfs de kroon van keizer van het Heilig Roomse Rijk en vergroot zijn rijk tot aan de Adriatische en de Baltische zee‘n. In 1306 komt Jan van Luxemburg op de troon (tot 1346). Hij speelt internationaal een belangrijke rol.

    ________Top
    1346 - 1378: Zijn zoon, Karel I wordt keizer van het Germaans-Romeinse Rijk (of "Heilig Roomse Rijk") - op die post noemt hij Karel IV.Hij sticht de eerste universiteit van Midden- en Oost-Europa, het Carolinum. (Hij laat de Karlsbrug bouwen over de Moldau). Praag is een van de belangrijkste steden van Europa: tot 1400 de residentiestad van de Keizer, universiteitsstad, en toen reeds bekend als een der mooiste steden van Europa. Begin van de bouw van de kathedraal (1344). De Gotiek is op zijn hoogtepunt en de invloed van de Italiaanse Renaissance begint (Petrarca is in Praag in 1356). 1400: De economische groei (landbouw en artisanaat) bereikte zijn grenzen. Met de beschikbare produktiemiddelen was verhoging van de produktiviteit niet verder mogelijk. De heersende klassen (adel, patrici‘rs en clerus) konden hun inkomsten alleen nog vergroten door scherpere uitbuiting: hogere belastingen, herinvoeren of uitbreiden van herendiensten, afschaffen van privileges... De rol en plaats van de Katholieke Kerk was enorm. Ze was eigenaar van meer dan een derde van alle gronden. Karel I was keizer kunnen worden omdat hij zijn politiek en diplomatie is volledig op Rome afstemde. Rome wilde uit Tsjechi‘ - dat aanzien werd als een onuitputtelijke bron van rijkdom - steeds meer inkomsten halen. (Het gezag van Rome was elders flink ondermijnd. In 1414 waren er bv. drie pausen in omloop.) De clerus was nagenoeg herleid tot "belastingsronselaars" voor de paus. De uitbuiting van de lijfeigenen op de kerkelijke domeinen werd steeds grover.Daarenboven was een groot deel van de hogere clerus Duits (Germaans) van oorsprong.
    ________Top
    In de steden groeide de afkeer van en het verzet tegen de handelspraktijken van de Kerk (aflaten, verkoop van zielerust, verhuren van praal...), Žn tegen de 'Duitse' patrici‘rs die er de profane klassebasis vormde voor Rome. Dit verklaart de "opstand van de Hussieten". In 1402 predikt Jan Hus (1371 - 1415), rector van de Praagse universiteit,openlijk tegen de misbruiken in de Kerk,in de Betlehemkapel in Praag. Hij sterft op de brandstapel op 6 juli 1415. [Ter vergelijking: Martin Luther leeft van 1483 tot 1546. De Reformatiegolf in Bohemen grijpt plaats, een eeuw voor elders in Europa hetzelfde zal gebeuren].

    1419: 30 juli: Begin van de Hussietenopstand. Eerste "defenestratie van Praag". Het volk van Praag smijt de stadsbestuurders (patrici‘rs) door de ramen van de burcht. Prelaten en patrici‘rs worden verjaagd en onteigend. Op het platteland gebeurt hetzelfde met de ('Duitse') grote adel. (De lagere adel profiteert ervan de in beslag genomen gronden en eigendommen zelf in te palmen).

    In 1420 wordt in Tabor het nieuwe, utopische maatschappijmodel van Jan Hus in praktijk gebracht (ook wel het "protocommunisme" genoemd). Feodale rechten bestaan niet meer; alle mensen worden als gelijk beschouwd en behandeld; alle goederen zijn gemeenschappelijke eigendom; functionarissen en legerofficieren worden gekozen; onderwijs was evenzeer voor meisjes als voor jongens (complete primeur!) en gebeurde in het Tsjechisch en niet in het Latijn. [Let wel: we zijn ongeveer vier eeuwen voor de Franse Revolutie!] De paus organiseert in 1420 samen met Sigismond, koning van Hongarije en Germaans keizer, een kruistocht tegen de Hussieten waaraan 100.000 huurlingen uit heel Europa deelnemen (vooral 'Duitsers'). Ze worden nabij Praag vernederend verslagen. Tussen 1420 en 1431 worden vijf kruistochten tegen de Hussieten op de been gebracht. Op 30 mei 1434 lijden de Hussieten de beslissende nederlaag in de slag bij Lipany.
    ________Top
    Het concilie van Bazel in 1431 had echter een belangrijke toegeving moeten doen aan de hervormingsgezinden: de mogelijkheid om in Bohemen eigen elementen in de liturgie te behouden (het drinken uit de kelk, gebruik van het Tsjechisch - hussitische kerkzangen zullen de bron worden waaruit de Reformatorische Kerken putten voor hun liederen in de volkstaal (vooral het Duits). Dit legde mee de basis voor het welslagen van de grote Reformatiegolf van de zestiende-zeventiende eeuw waaruit - zowel langs katholieke als langs protestantse kant - de staatsgebonden godsdiensten zouden ontstaan.

    1460: vanaf / Zilvermijnbouw in Midden-Europa (o.a. Bohemen). Nadat de zilvermijnen in Servi‘ en Bosni‘ door de invasie en bezetting door de Turken in de vijftiende eeuw was afgesloten, kregen de mijnen in Midden-Europa nog meer belang. Tussen 1460 en 1530 vervijfvoudigde de zilverproduktie. De technische vooruitgang maakte dit mogelijk: wind- en waterkracht. De edelmetalen waren nodig als monetaire basis voor de geldomloop in Europa zelf, maar vooral voor de handel met het Verre Oosten (specerijen en juwelen). [Wallerstein, 27]. In het begin van de zestiende eeuw worden reusachtige nieuwe zilveraders ontdekt in Bohemen (Kutna Hora). De nieuwe munt die dan geslagen wordt - de Joachimsthaler - zal haar naam geven aan de... 'dollar'. 1468: het eerste gedrukte boek in het Tsjechisch verschijnt. De Renaissance en het Humanisme hebben zware klappen gekregen in Tsjechi‘ door het terugdringen van het Hussisme. De (onderhuidse) spanningen blijven echter aanwezig en Tsjechi‘ blijft zeer ontvankelijk voor alle nieuwe idee‘n en vormen. De economische rijkdom en de vele buitenlandse (handels)contacten maken dit mogelijk. De Tsjechische Renaissancebouwkunst - met o.a. zijn arcadenpleinen - heeft een heel eigen stijl.
    ________Top
    1526: Ferdinand I van Habsburg, koning van Hongarije,wordt koning van Bohemen gekozen (tot 1564). Hiermee komt Tsjechi‘ tot in 1918 in de fluwelen klauw van deze machtige heersersdynastie. De twee broers, (Keizer Karel) heersen over het Germaanse Rijk, Spanje, de Nederlanden, grote delen van Amerika, Hongarije en Bohemen. Ze voeren een oorlogszuchtige politiek erop gericht heel Europa (en de wereld) te overheersen. Er komt steeds groter verzet, van de kanten van de (lagere) adel, de stedelijke bourgeoisie en de boeren, tegen de toenemende belastingdruk om deze avonturen te betalen. Tsjechi‘ en vooral Bohemen wordt al snel in grote meerderheid gewonnen voor het lutheranisme. Minder dan 10% van de Boheemse bevolking is nog katholiek onder Ferdinand. Die voert een agressieve politiek van herkatholisatie en haalt de reactionaire stoottroepen binnen: de jezu•eten in 1556 (specialisten in het kapotpraten, het wegmoffelen, de schijnheiligheid, de dubbelzinnigheid; kortom, mediaspecialisten avant la lettre). 1545: - 1563: Concilie van Trente, start van de Contrareformatie. 1546: De Boheemse (overwegend protestantse) adel en stedelijke bourgeoisie komt in opstand tegen de koning. Die wordt neergeslagen in 1547. De steden verliezen heel wat van hun democratische rechten. De landadel (grootgrondbezitters) profiteert van deze situatie om haar economische macht nog te vergroten. Brouwerijen en viskwekerijen worden bloeiende ondernemingen. De bepalingen t.o.v. lijfeigenen worden verstrengd in het voordeel van deze landelijke industrie‘n, ten nadele van de stedelijke. [Tot vandaag zijn overal in Bohemen de honderden visvijvers overblijfsels van deze periode.] 1500: - 1700: De centrale pan-Europese ideologische controverse van de zestiende en de zeventiende eeuw - Reformatie versus Contrareformatie - was onlosmakelijk verbonden met de vorming van sterke staten en van het kapitalistische systeem. Het is geen toeval dat de gedeelten van Europa die in de zestiende eeuw terugkeerden naar de landbouw ook de gedeelten waren waar de contrareformatie won (Polen, Spanje, Itali‘, Hongarije), terwijl de industrialiserende landen, voor het grootste deel, protestants bleven (Engeland, Holland). Duitsland, Frankrijk en Belgi‘ stonden ergens tussenin, met als resultaat op lange termijn een compromis. Duitsland raakte verdeeld tussen Protestanten en Katholieken. Frankrijk en Belgi‘ kregen een paar protestanten, maar ontwikkelden een antiklerikale Vrijdenkerstraditie. [Wallerstein, 27].

    1618: Opstand van de adel in Praag op 23 mei 1618: ze smijten de twee vertegenwoordigers van de Habsburgse keizer door het venster van de burcht (de Tweede Defenestratie van Praag).De jezu•eten worden uit Bohemen verjaagd en de Habsburgers van de troon gezet. Opstandige troepen - financieel wat gesteund door de Hollanders - rukken op tot aan de poorten van Wenen. Ze worden teruggedreven en op 8 november 1620 op de Witte Berg nabij Praag definitief verslagen.

    De Praagse opstand luidt het begin in van de Dertigjarige oorlog (tot 1648). Een vreselijk verwoestende huurlingenoorlog die hele streken in Midden-Europa ontvolkte, honderden bloeiende steden vernielde en hele gebieden terugbracht naar de donkerste Middeleeuwen. Een nieuwe golf van lijfeigenschap installeert zich over Midden- en Oost-Europa. Hongersnood en pest maaien hele bevolkingen weg. De bevolking van Tsjechi‘ valt op de helft terug (tot anderhalf miljoen). In feite de Eerste Grote Europese (Wereld)oorlog. Alle landen van Europa waren in deze oorlog betrokken en in twee grote (wisselende) blokkenverdeeld.

    De nederlaag op de Witte Berg in 1620 had voor Tsjechi‘ dezelfde catastrofale gevolgen als de val van Antwerpen op 17 augustus 1585 voor de Zuidelijke Nederlanden. Massale, gedwongen, vlucht van intellect, kapitaal en ... verdraagzaamheid.
    Voor het eerst sinds het Hussisme kan de Katholieke Kerk tenvolle weerwraak nemen en doet ze dat ook. Het katholicisme wordt de verplichte staatsgodsdienst. Iedereen, van hoog tot laag moet zich bekeren of de biezen pakken. Al wie - al was het indirect - had meegewerkt met de opstandelingen, wordt onteigend. Bijna drie kwart van alle gronden worden op die manier herverdeeld. Vooreerst naar de Kerk en verder als beloning van de Oostenrijkse; Duitse, Italiaanse en Spaanse huurlingen die mee de opstandelingen hebben verslagen: Schwarzenberg, Mansfeld, Colloredo, Piccolomini, Huerta, Buquoy... [Veel van die namen vind je terug als namen van barokpaleizen of kastelen in Bohemen; later als kopstukken van de reactionaire bourgeoisie en adel en... sinds 1990 als 'Kanselier' van de president Havel.] De jezu•eten komen met vernieuwde kracht terug, breken de helft van Praag af en morsen de stad vol met hun barokke kerken, kloosters, kapellen, beelden,... Het is de enige echte ravagegolf die door Praag is getrokken (buiten enkele grote branden, maar dat zijn eerder 'natuurrampen'). [Een tweede golf - in analoge omstandigheden van een contra-revolutie - kondigt zich nu aan, de postmoderne barok].

    Alleen in de muziek - deze 'abstracte' en dus moeilijk censureerbare kunstvorm - kan de helderheid (libertÚ), rationaliteit (ÚgalitÚ) en harmonie (fraternitÚ) van de Verlichting bijna ongestoord uiting vinden, meestal onder een religieus of keizerlijk laagje camouflagevernis (Bach, Gluck, Stamitz, Benda, Mozart, Richter...). [Wat men in de muziekgeschiedenis 'Barok' noemt en later 'Klassiek', zou beter onder de noemer vallen 'Verlichting'].

    1781: De 'verlichte despoot' Jozef II (1780 - 1790 - dezelfde die over de Zuidelijke Nederlanden heerst) schaft het lijfeigenschap af en vaardigt de 'Akte van verdraagzaamheid' uit die godsdienstvrijheid toelaat. Dit waren twee noodzakelijke maatregelen om het industriekapitalisme tot volle ontwikkeling te laten komen. De aanwezigheid van grondstoffen, vakmanschap en vooral de waterkracht voor de nieuwe machines van bergrivieren, had in de bergachtige grensgebieden centra van manufactuurproduktie doen ontstaan: kristal, textiel, ijzer. Lijfeigenschap beperkte de noodzakelijke mobiliteit van arbeidskrachten voor verdere ontwikkeling van de (stedelijke) industrialisatie. Godsdienstdictatuur sloot intellect, kapitaal en geschoolde arbeidskrachten buiten. Tsjechi‘ wordt vanaf 1781 - naast Engeland, Belgi‘ en Noord-frankrijk - een van de belangrijkste kapitalistische industriegebieden van Europa en het enige dergelijk centrum in het Habsburgse rijk.
    Het is de periode van het Habsburgse classicisme. [Grootste gedeelte van de Burcht in Praag - te vergelijken met de gebouwen rond het Koningsplein in Brussel]

    1815: De Habsburgers (prins Metternich) worden de koplopers en organisatoren van de reactie tegen de revolutionaire golf van de Franse Revolutie. De Romantiek wordt de culturele tegenkracht tegen de idee‘n van de Verlichting. "Restauratie", "terug naar" (het ancien rÚgime, en verder als het kan) wordt de overwegende stroming: neoromaans, neogotiek (waar het huidige Praag overigens vol van staat: nagenoeg alle beroemde torens), neo-barok, neo-classicisme Ook hier veel analogie met de contrarevolutionaire barok die zogenaamd teruggrijpt naar de Griekse en Romeinse Oudheid; met de Mussolinistijl en met het hedendaagse postmodernisme. De restauratie- en retrograde stroming vindt ook het nationalisme uit als tegenkracht tegen het universalisme, de ÚgalitÚ- en fraternitÚ-gedachten van de Franse Revolutie. Ook de ontwikkelde, moderne, kapitalistische staten lanceren en ontwikkelen het nationalisme, als tegenkracht tegen de opkomende arbeidersbewegingen. (Nationale eenheid tegenover klassenstrijd).Het nationalisme wordt echter een tweesnijdend zwaard en in de multi-ethnische rijken (Habsburgse, Ottomaanse, Russische) gebruiken de progressieve, revolutionaire krachten ook het nationalisme om zich te bevrijden van de voogdij en dwingelandij van de absolutistische heersers, die bovendien nog 'vreemden' zijn. In de nog feodaal verbrokkelde niet-staten, het latere Duitsland en Itali‘, vormt het nationalisme een hefboom voor de bourgeoisie om zich te vuur en te zwaard een eengemaakte staat te scheppen, noodzakelijk voor het kapitalisme.

    In Tsjechi‘ ontwikkelt zich in de negentiende eeuw een sterke nationale beweging, steunend op de nieuwe stedelijke middenklassen en overwegend cultureel: Josef Dobrovsky (1753 - 1829), Frantisek Palacky (1798 - 1876), Bedrich Smetana (1824 - 1884). [Te vergelijken met de 'Vlaamse beweging' in de negentiende eeuw in Belgi‘ met bv. Hendrik Conscience, Peter Benoit, Albrecht Rodenbach. In Tsjechi‘ echter was de nationale beweging overwegend antiklerikaal.] 1800: In de negentiende eeuw kent Tsjechi‘ een stormachtige industri‘le revolutie (zoals in Engeland en Belgi‘). Textiel, voeding (brouwerijen), zware industrie. In 1844 komt het in Praag en in Liberec (de tweede en een nieuwe industriestad) tot arbeidersopstanden die bloedig neergeslagen worden. De Tsjechische bourgeoisie zÚlf wil uit het keurslijf van het Habsburgse absolutisme. De industrialisatie schept nieuwe lagen van geschoolde middenklassen in de steden die vatbaar zijn voor cultureel nationalisme.

    Op 11 maart 1848 breekt een nationale opstand uit in Praag (na de revoluties in januari in Itali‘ en in februari in Frankrijk) die snel overslaat naar heel het land. Het gaat om een nationale bevrijdingsstrijd, geleid door de bourgeoisie maar met steun van de arbeiders, boeren en de stedelijke middenklassen. In juni hebben zware barrikadegevechten plaats in Praag. De stad wordt door de keizerlijke troepen gebombardeerd (een van de zeldzame keren in haar geschiedenis). De opstand wordt neergeslagen. Na de eveneens neergeslagen opstand in Wenen zelf, in oktober 1848, wordt een waar schrikbewind ge•nstalleerd in heel het Habsburgse rijk: censuur, verbod op organisatie, sterk politie- en repressie-apparaat,... Na de Oostenrijkse nederlagen tegen het nieuwe Itali‘ in 1859 en tegen het nieuwe Duitsland van Bismarck in 1866, is het regime sterk verzwakt en moet de keizer een grondwettelijk systeem invoeren. De December-Grondwet van 1867 versoepelt het regime enigszins en laat enkele sporen zien van een parlementaire democratie. Hij blijft van kracht tot de totale ineenstorting van het Habsburgse rijk in 1918 en het ontstaan van de nieuwe staten: Tsjechoslowakije, Oostenrijk, Hongarije, Joegoslavi‘.

    1918 - 1939: De periode van de Eerste Republiek - tot de nazibezetting in oktober 1938 en maart 1939: zie hoofdstuk 6 uit het boek: Het Sovjet-Duitse niet-aanvalsPACT, Lieven SOETE, Antwerpen, 1989 [Blz. 147 tot 173].
    Op het web op: www.katardat.org/4pact/pact06.html

    1939: Op 14 maart 1939 wordt de zogenaamd 'onafhankelijke' staat Slovakije uitgeroepen, onder de leiding van de plaatselijke fascisten met bisschop Tiso. Op 15 maart wordt Bohemen-Moravi‘ een 'protectoraat' van het Duitse Reich waar de SS en de Gestapo in feite de macht in handen hebben.Hongarije (fascistisch bondgenoot van nazi-Duitsland) annexeert Transkarpatisch Oekra•ene (Roeteni‘) en Oost-Slovakije. De communistische partij was in Tsjechoslowakije al behoorlijk sterk (opgericht in 1921), voor de oorlog. Vanaf de eerste dagen van de nazibezetting organiseert zij het clandestiene en openlijke verzet. Zo wordt midden november 1939 in Praag een massale studentenbetoging georganiseerd tegen de bezetters. 17 november wordt een nationale herdenkingsdag. [Door de anticommunisten handig gebruikt in 1989 om een provocatie op te zetten die het startsein betekende voor de 'fluwelen contra-revolutie']. De ex-president Benes en de bourgeoisie vluchten eerst naar Frankrijk, later naar Londen waar in 1940 een 'Voorlopige Regering' wordt opgezet onder de leiding van Benes. De communistische leiders verbleven intussen in Moskou. In juli 1941 erkent de Sovjetunie de Tsjechoslowaakse regering in Londen en sluit op 18 juli een pact tot wederzijdse bijstand dat ondermeer bepaalt dat er in de Sovjetunie een Tsjechoslowaaks leger zal uitgebouwd worden.

    1944: Van 4 tot 11 februari: Conferentie van Yalta (Stalin, Churchill, Roosevelt). Daar wordt al akkoord gesloten dat het naoorlogse Polen en Tsjechoslovakije de Duitstaligen (Silezi‘, Sudentenland) uit hun gebieden zullen mogen over de grens zetten. In juni 1944 overschrijden de Sovjettroepen de Poolse grens. Het perspectief op bevrijding wordt realistisch. Op 29 augustus breekt in Slovakije een gewapende opstand uit tegen de eigen fascisten en de Duitse bezetters [De latere en laatste communistische president Husak is een van de leiders van deze opstand in Slovakije]. Pas eind oktober kunnen de fascisten hun greep op het land grotendeels herstellen. In de bergen blijven hele gebieden onder controle van de partizanen. Op 4 oktober 1944 trekt het Rode Leger Tsjechoslowakije binnen (in Slovakije).Begin april 1945 bereikt het Moravi‘. De fascisten trekken zich terug in en rond Praag. Intussen immers rukken de geallieerden vanuit het westen steeds verder Duitsland binnen. Berlijn, Saksen, Beieren, Oostenrijk en Bohemen worden de laatste, dus wanhopige en zeer hardnekkige weerstandsnesten van de meest fanatieke nazihorden. (Hun ontsnappingsroutes zijn via Oostenrijk, Zwitserland, Sloveni‘, Kroati‘ en het Vaticaan intussen met de Amerikanen al georganiseerd. De overblijfsels van het collaboratieleger vanVlassov waren in die dagen bv. ook in Praag, evenals Vlassov himself.). 1945
    : De Sovjettroepen bezetten op 3 april 1945 Wenen (naast Berlijn het tweede hart van nazi-Duitsland). De wurggreep tegen de fascisten die zich nu alleen nog rond Berlijn-Praag terugtrekken,wordt steeds groter. Op 2 mei wordt Berlijn volledig bezet. Op 5 mei 1945 geeft de communistische partij het startsein voor de opstand in Praag. Er wordt verwoed gevochten. De stad ligt onder Duitse artillerie [Een deel van het Gotische stadhuis wordt verwoest. Als monument heeft men tot hiertoe deze plek midden in de stad onbebouwd gelaten.] De Duitsers onderhandelen met de Amerikanen die intussen tot inPilzen (in West-Bohemen) zijn opgerukt om Tsjechoslowakije door de hen te laten bezetten en zich aan de Westerse geŠllieerden te kunnen overgeven. Een deel van het Rode Leger dat aan het optrekken is naar Berlijn waar de gevechten in hun eindfaze zijn, draaien om en trekken naar Praag. De stad wordt op 10 mei (jawel: 2 dagen nadat de Duitsers de capitulatie hadden ondertekend) door de Sovjettroepen bevrijd.
    17 juli tot 2 augustus 1945: Conferentie van Potsdam. Op 12 december sloot Benes (in Londen) een verdrag met de Sovjetunie "tot vriendschap, wederzijdse bijstand en samenwerking na de oorlog". In de lente van 1945 was Benes in Moskou om er met de communistische leiders te onderhandelen over de nieuwe regering na de oorlog. Op 4 april 1945 wordt in Slovaakse stadje Kosice, reeds bevrijd door het Rode Leger, een regering van het Nationaal Front van de Tsjechen en de Slovakenge•nstalleerd. Ze bestaat uit evenveel leden van de Communistische Partij, de Tsjechische Katholieke Volkspartij, de Sociaal-Nationalisten, de Sociaal-Democraten, en de Democratische Slovaakse Partij.Premier is de sociaal-democraat Zdenek Fierlinger, Klement Gottwald, leider van de communisten, is vice-premier. Ze publiceert het Regeringsprogramma van Kosice. Benes blijft president van deze Tweede Republiek. Overal worden ComitÚs van het Volksfront opgericht. Dit zijn een soort sovjets: verkozen raden van ex-partizanen, arbeiders, boeren en werkers uit de middenklassen). 1946: In december 1945 zijn alle Sovjettroepen uit Tsjechoslowakije teruggetrokken. [Idem in Joegoslavi‘, Noorwegen en het Deense eiland Barnham.] Op 5 maart houdt Churchill zijn fameuze anti-Sovjettoespraak in Fulton (USA) waar hij het 'IJzeren Gordijn' afkondigt en de Koude Oorlog lanceert.

    In mei 1946 zijn er algemene verkiezingen. Met 38% van de stemmen en 114 van de 300 zetels zijn de communisten de sterkste partij (40 % in Tsjechi‘ en 30 % in Slovakije). Klement Gottwald wordt Eerste Minister van een coalitieregering die verder het radicaal democratisch programma van Kosice wil uitvoeren. In 1947 mislukt de oogst in Tsjechoslovakije. Er is acute hongersnood. In december stellen de VS hun veto om nog langer via het noodfonds van de nieuwe UNO voedsel te leveren aan Tsjechoslovakije. De Sovjetunie daarentegen levert 600.000 ton graan (terwijl de situatie daar er ook alles behalve een van overvloed was). Minister Masaryk (geen communist en sterk pro-Westers) vraagt een lening aan de VS. Die wordt geweigerd "zo lang er communisten in de regering zitten".

    1948: De bourgeois-krachten - volop gesteund door de Amerikanen en de Britten (we belanden intussen in de Koude Oorlog) - voeren steeds openlijker en scherper een obstructie- en sabotagepolitiek, profiteren van de crisissituatie (hongersnood) en cre‘ren die mee zelf door sabotage-acties in mijnen en fabrieken. Op 17 februari 1948 dienen 12 ministers van de sociaal-nationalisten, de katholieken en Slovaakse democraten en bloc hun ontslag in. Ze rekenen op een machtsvacuÄm door maandenlang het regeringswerk onmogelijk te maken. De 14 andere ministers (communisten en sociaal-democraten) blijven echter en de lege posten worden opgevuld met ministers uit deze twee partijen. (De sociaal-democraten splijten wel in twee blokken). Dit wordt de 'februaricoup van de communisten' genoemd in het anticommunistische jargon. [Deze 'februaricoup' wordt aangegrepen als alibi voor de herbewapening en het stopzetten van de denazificatie van West-Duitsland, de oprichting van de NATO en de WEU.] De ComitÚs van het Volksfront nemen overal de effectieve macht in handen. President Benes be‘digt, na lang dralen en na massale demonstraties in heel het land, de nieuwe regering op 25 februari 1948. Na het debat in het parlement op 10 maart over de regeringsverklaring, namen er 230 van de 300 deel aan de stemming. Allen stemden voor: 106 communisten (niet eens de meerderheid!) en 124 uit andere partijen. Op 9 mei 1948 wordt een nieuwe Grondwet aangenomen waarbij Tsjechoslowakije "een Volksdemocratische Staat is die het socialisme wil opbouwen". Op 7 juni 1948 neemt president Benes ontslag; K. Gottwald wordt in zijn plaats verkozen door het parlement.

    De Koude Oorlog krijgt vaste vorm en structuur. Een hele reeks organisaties wordt op poten gezet met telkens expliciet als doel: het bestrijden, indammen, van het communisme en gericht tegen het 'Oostblok'. Op 17 maart 1948 wordt te Brussel het Europees Defensiepact gesloten tussen de Beneluxlanden, Frankrijk en Groot-Brittanni‘. Het is expliciet gericht tegen een mogelijke Sovjetagressie. In 1955 zullen Duitsland en Itali‘ erbij aansluiten en verder als WEU bestaan. Op 16 april 1948 wordt de OESO opgericht: de 16 landen die meewerken aan het Marshallplan. Op 18 juni 1948 wordt in de westelijke bezettingszones van Duitsland eenzijdig en plots een nieuwe munt ingevoerd. Dit betekent een de facto cre‘ren van twee Duitse staten. Op 25 juni leggen de Sovjets in reactie daartegen een blokkade rond West-Berlijn. Op 4 april 1949 wordt in Washington de NATO opgericht.Op 5 mei 1949 wordt in Londen de Raad van Europa opgericht met alle Europese landen in de Amerikaans-Britse invloedssfeer. Op 2 mei 1951 wordt in het kader daarvan de Europese Commissie voor de rechten van de mens opgericht. Op 23 mei 1949 wordt de Bondrepubliek Duitsland opgericht (tŽgen alle afspraken van Yalta en Potsdam in) en op 21 september, als antwoord, de DDR. Op 28 oktober 1950 wordt de Europese Defensiegemeenschap opgericht, bedoeld als militaire arm van de EGKS. Groot-Brittanni‘ is daar niet bij. Het is vooral bedoeld als middel om West-Duitsland (lid van de EGKS maar nog geen lid van de WEU of de NATO) te kunnen herbewapenen. Plan gaat niet door omdat het Franse parlement het verdrag niet wil ratificeren in 1954.

    1968: de zogenaamde 'Praagse Lente' en de tussenkomst van de troepen van het Warschaupact (zonder de DDR en Roemeni‘): zie Deel 1 uit het boek: USSR, de fluwelen contra-revolutie, Ludo MARTENS, Antwerpen, 1991 [Blz. 43 tot 69].


    ________Top
    1883: Franz Kafka - tot 1924. Duitstalige schrijver. Bediende bij verzekeringsmaatschappijen (Assicurazioni Generali / Arbeiter-Unfall-Versicherungs-Anstalt (AUVA). Beste vriend: Max Brod. Passionele liefde voor en met Milena Jesenska.
    1866: Rainer Maria Rilke - tot 1926. Duitstalig, Tsjechisch dichter. Wordt fervent voorstander van het Italiaanse fascisme. 1990: Fźrst Karl von und zu Schwarzenberg, telg uit een eeuwenoud adellijk geslacht dat bijna half Bohemen in zijn persoonlijk bezit had, Tsjech van geboorte maar sinds 1948 als balling in Wenen levend, is als vooraanstaand mensenrechtenactivist (sic) door Havel in 1990 naar Praag gehaald. Daar werd hij benoemd tot kanselier van het kabinet van de president. [NRC, 5/02/1993]*** Renaissancepaleis Schwarzenberg op de burcht (1545 -63).