|
[Bohemen en Moravi‘] Schematisch overzicht |
Op basis van het boek: La TchŽcoslovaquie, Histoire lointaine et rŽcente | Frantisek KAVKA, Praag, 1963
| |
|
Bronstijdperk (1400 tot 1000
voor
onze tijdsrekening): de beschikbaarheid van tin in Bohemen en Moravi‘
maakt
Tsjechi‘ belangrijk. Koper wordt aangevoerd vanuit de Ege•sche
Zeegebieden
(mede uit Egypte en Azi‘). Samen met de vruchtbare bodem en de goede
bereikbaarheid
(rivieren, hoogvlaktes) is het voor die tijd al "dicht" bevolkt.
IJzertijdperk (het millennium voor onze tijdsrekening): overvloedige aanwezigheid van ijzererts in Tsjechi‘ maakt het een belangrijk "centrum" van artisanale produktie (wapens, landbouwwerktuigen) en van handel (gebruik van munten als betaalmiddel). Ontstaan van de eerste Keltische "steden".
98 - 117: Het Romeinse Rijk
bouwt een fortengordel aan de Donau. Tsjechi‘ wordt regelmatig slagveld
voor de strijd tussen de oprukkende Germanen vanuit het Noorden en de
Romeinen.
850: tot midden van de
negende eeuw: uiteenvallen van de stammenmaatschappij en ontstaan van feodale
staten. Waar de grond nog collectief bezit was, werd de bewerking
ervan en de toe‘igening van de opbrengst steeds meer een persoonlijke
kwestie. Het was slechts een kleine stap om ook de gronden tot
individuele eigendom te maken. De stammenleiders eigenden zich de beste
en grootste stukken gronden
toe en verplichtten de rest van de bevolking als horigen voor hen te
werken.
Ze bouwden legers op om de orde te handhaven, hun eigendommen te
beschermen
tegen naburige heersers en om zelf op plundertocht te trekken bij de
buren.
De "staat" werd geboren, het feodale systeem. Toenemende
handelsbetrekkingen
en "arbeidsverdeling" maakte dit noodzakelijk. Dit gaat samen met het
oprukken
en opleggen van het christendom (monothe•sme en sterke hi‘rarchie) dat
een
"goddelijke" status verleent aan de krijgsheren en mee een hiÎrarchisch
systeem uitbouwt (uiteindelijk heel Europa onder de leiding van paus en
keizer). Opkomst van de Romaanse architectuur en kunst.
863: Cyrillus en Methodius (twee Byzantijnse Grieken)
zetten het Slavisch om in een geschreven taal: het cyrillisch
schrift.
Het Slavisch wordt een van de eerste Europese cultuurtalen. (De rest
van
West-Europa beschikt alleen over het Latijn).
895: Bohemen scheurt
zich af van het Moravische Rijk onder de leiding van de Premysliden.
In
870: eerste burcht in Praag dat de residentie wordt van de
Boheemse prinsen. Hertog Wenceslas (907 -929) wordt symbool, mede door
zijn heiligverklaring. (De "vader van de natie". Vandaar het centrale
plein en standbeeld in Praag).
967: Bohemen - dat later
koninkrijk wordt - komt na een veertienjarige oorlog onder het gezag
van het Oostromeinse (Germaanse) Rijk maar behoudt een grote
vorm van onafhankelijkheid: eigen wetten, eigen munt, soeverein binnen
eigen vastgelegde grenzen, de Boheemse adel beslist over de
troonopvolging, kiest de koning,... De hogere adel wordt steeds meer
Duits (Germaans): voor bewezen diensten krijgen krijgsheren
van de Duitse keizer gebieden in Bohemen. Bloeiperiode van de Romaanse
architectuur
en kunst: tot 1250. Het Slavisch geraakt in de verdrukking: door het
latijn
en het Duits.
De ontdekking van belangrijke zilvermijnen in Tsjechi‘ trekt massa's gelukzoekers aan en cre‘ert de belangrijkste zilvermijnindustrie van Europa. Het Tsjechische mijnwetboek wordt overal in Europa gebruikt en vertaald en zal ondermeer ook in de goud- en zilvermijnen in Amerika (vanaf 1500) als basis dienen.
Begin van de Gotische architectuur en kunst, steeds meer als een stedelijk cultuurfenomeen (religieuze maar evenzeer profane, civiele architectuur; hof-, ridder- en kloostercultuur op hoogtepunt en steeds groter belang van de stedelijke patrici‘rscultuur; opkomst van de profane po‘zie en muziek (minnezangers, madrigalen).
1235: Terwijl de grote rijken in West- en Midden-Europa over hun hoogtepunt zijn (Honderdjarige oorlog 1235 -1345) trachten de Tsjechische heersers het economische belang van hun landom te zetten in politieke macht. Koning Premsyl II (of Ottokar II) (1253 - 1278) pretendeert zelfs de kroon van keizer van het Heilig Roomse Rijk en vergroot zijn rijk tot aan de Adriatische en de Baltische zee‘n. In 1306 komt Jan van Luxemburg op de troon (tot 1346). Hij speelt internationaal een belangrijke rol.
1346 - 1378: Zijn zoon, Karel I wordt keizer van het Germaans-Romeinse Rijk (of "Heilig Roomse Rijk") - op die post noemt hij Karel IV.Hij sticht de eerste universiteit van Midden- en Oost-Europa, het Carolinum. (Hij laat de Karlsbrug bouwen over de Moldau). Praag is een van de belangrijkste steden van Europa: tot 1400 de residentiestad van de Keizer, universiteitsstad, en toen reeds bekend als een der mooiste steden van Europa. Begin van de bouw van de kathedraal (1344). De Gotiek is op zijn hoogtepunt en de invloed van de Italiaanse Renaissance begint (Petrarca is in Praag in 1356). 1400: De economische groei (landbouw en artisanaat) bereikte zijn grenzen. Met de beschikbare produktiemiddelen was verhoging van de produktiviteit niet verder mogelijk. De heersende klassen (adel, patrici‘rs en clerus) konden hun inkomsten alleen nog vergroten door scherpere uitbuiting: hogere belastingen, herinvoeren of uitbreiden van herendiensten, afschaffen van privileges... De rol en plaats van de Katholieke Kerk was enorm. Ze was eigenaar van meer dan een derde van alle gronden. Karel I was keizer kunnen worden omdat hij zijn politiek en diplomatie is volledig op Rome afstemde. Rome wilde uit Tsjechi‘ - dat aanzien werd als een onuitputtelijke bron van rijkdom - steeds meer inkomsten halen. (Het gezag van Rome was elders flink ondermijnd. In 1414 waren er bv. drie pausen in omloop.) De clerus was nagenoeg herleid tot "belastingsronselaars" voor de paus. De uitbuiting van de lijfeigenen op de kerkelijke domeinen werd steeds grover.Daarenboven was een groot deel van de hogere clerus Duits (Germaans) van oorsprong. In de steden groeide de afkeer van en het verzet tegen de handelspraktijken van de Kerk (aflaten, verkoop van zielerust, verhuren van praal...), Žn tegen de 'Duitse' patrici‘rs die er de profane klassebasis vormde voor Rome. Dit verklaart de "opstand van de Hussieten". In 1402 predikt Jan Hus (1371 - 1415), rector van de Praagse universiteit,openlijk tegen de misbruiken in de Kerk,in de Betlehemkapel in Praag. Hij sterft op de brandstapel op 6 juli 1415. [Ter vergelijking: Martin Luther leeft van 1483 tot 1546. De Reformatiegolf in Bohemen grijpt plaats, een eeuw voor elders in Europa hetzelfde zal gebeuren].1419: 30 juli: Begin van de Hussietenopstand.
Eerste
"defenestratie van Praag". Het volk van Praag smijt de
stadsbestuurders
(patrici‘rs) door de ramen van de burcht. Prelaten en patrici‘rs worden
verjaagd en onteigend. Op het platteland gebeurt hetzelfde met de
('Duitse')
grote adel. (De lagere adel profiteert ervan de in beslag genomen
gronden
en eigendommen zelf in te palmen).
In 1420 wordt in Tabor het nieuwe, utopische
maatschappijmodel
van Jan Hus in praktijk gebracht (ook wel het "protocommunisme"
genoemd).
Feodale rechten bestaan niet meer; alle mensen worden als gelijk
beschouwd
en behandeld; alle goederen zijn gemeenschappelijke eigendom;
functionarissen
en legerofficieren worden gekozen; onderwijs was evenzeer voor meisjes
als
voor jongens (complete primeur!) en gebeurde in het Tsjechisch en niet
in
het Latijn. [Let wel: we zijn ongeveer vier eeuwen voor de Franse
Revolutie!]
De paus organiseert in 1420 samen met Sigismond, koning van
Hongarije
en Germaans keizer, een kruistocht tegen de Hussieten waaraan
100.000
huurlingen uit heel Europa deelnemen (vooral 'Duitsers'). Ze worden
nabij
Praag vernederend verslagen. Tussen 1420 en 1431 worden vijf
kruistochten
tegen de Hussieten op de been gebracht. Op 30 mei 1434 lijden de
Hussieten
de beslissende nederlaag in de slag bij Lipany.
Het concilie van Bazel in 1431 had echter een
belangrijke
toegeving moeten doen aan de hervormingsgezinden: de mogelijkheid om in
Bohemen eigen elementen in de liturgie te behouden (het drinken uit de
kelk,
gebruik van het Tsjechisch - hussitische kerkzangen zullen de bron
worden
waaruit de Reformatorische Kerken putten voor hun liederen in de
volkstaal
(vooral het Duits). Dit legde mee de basis voor het welslagen van de
grote
Reformatiegolf van de zestiende-zeventiende eeuw waaruit - zowel langs
katholieke
als langs protestantse kant - de staatsgebonden godsdiensten zouden
ontstaan.
1460: vanaf / Zilvermijnbouw in Midden-Europa
(o.a.
Bohemen). Nadat de zilvermijnen in Servi‘ en Bosni‘ door de invasie en
bezetting door de Turken in de vijftiende eeuw was afgesloten, kregen
de mijnen in Midden-Europa nog meer belang. Tussen 1460 en 1530
vervijfvoudigde de zilverproduktie. De technische vooruitgang maakte
dit mogelijk: wind- en waterkracht. De edelmetalen waren nodig als
monetaire basis voor de geldomloop in Europa zelf, maar vooral voor de
handel met het Verre Oosten (specerijen en juwelen). [Wallerstein,
27]. In het begin van de zestiende eeuw worden reusachtige nieuwe
zilveraders ontdekt in Bohemen (Kutna Hora). De nieuwe munt die dan
geslagen wordt - de Joachimsthaler - zal haar naam geven aan
de...
'dollar'.
1468: het eerste gedrukte boek in het
Tsjechisch
verschijnt. De Renaissance en het Humanisme hebben
zware klappen
gekregen in Tsjechi‘ door het terugdringen van het Hussisme. De
(onderhuidse)
spanningen blijven echter aanwezig en Tsjechi‘ blijft zeer ontvankelijk
voor alle nieuwe idee‘n en vormen. De economische rijkdom en de vele
buitenlandse
(handels)contacten maken dit mogelijk. De Tsjechische
Renaissancebouwkunst
- met o.a. zijn arcadenpleinen - heeft een heel eigen stijl.
1526:
Ferdinand I van Habsburg, koning van Hongarije,wordt koning van
Bohemen gekozen (tot 1564). Hiermee komt Tsjechi‘ tot in 1918 in de
fluwelen klauw
van deze machtige heersersdynastie. De twee broers, (Keizer Karel)
heersen
over het Germaanse Rijk, Spanje, de Nederlanden, grote delen van
Amerika,
Hongarije en Bohemen. Ze voeren een oorlogszuchtige politiek erop
gericht
heel Europa (en de wereld) te overheersen. Er komt steeds groter
verzet,
van de kanten van de (lagere) adel, de stedelijke bourgeoisie en de
boeren,
tegen de toenemende belastingdruk om deze avonturen te betalen.
Tsjechi‘
en vooral Bohemen wordt al snel in grote meerderheid gewonnen voor het
lutheranisme.
Minder dan 10% van de Boheemse bevolking is nog katholiek onder
Ferdinand.
Die voert een agressieve politiek van herkatholisatie en haalt de
reactionaire
stoottroepen binnen: de jezu•eten in 1556 (specialisten in het
kapotpraten,
het wegmoffelen, de schijnheiligheid, de dubbelzinnigheid; kortom,
mediaspecialisten
avant la lettre).
1545: - 1563: Concilie van Trente, start van
de
Contrareformatie.
1546: De Boheemse (overwegend protestantse) adel en
stedelijke
bourgeoisie komt in opstand tegen de koning. Die wordt neergeslagen in
1547.
De steden verliezen heel wat van hun democratische rechten. De landadel
(grootgrondbezitters) profiteert van deze situatie om haar economische
macht
nog te vergroten. Brouwerijen en viskwekerijen worden bloeiende
ondernemingen. De bepalingen t.o.v. lijfeigenen worden verstrengd in
het
voordeel van deze landelijke industrie‘n, ten nadele van de stedelijke.
[Tot vandaag zijn overal in Bohemen de honderden visvijvers
overblijfsels
van deze periode.]
1500: - 1700: De centrale pan-Europese ideologische
controverse
van de zestiende en de zeventiende eeuw - Reformatie versus
Contrareformatie
- was onlosmakelijk verbonden met de vorming van sterke staten en van
het
kapitalistische systeem. Het is geen toeval dat de gedeelten van Europa
die in de zestiende eeuw terugkeerden naar de landbouw ook de gedeelten
waren waar de contrareformatie won (Polen, Spanje, Itali‘, Hongarije),
terwijl
de industrialiserende landen, voor het grootste deel, protestants
bleven
(Engeland, Holland). Duitsland, Frankrijk en Belgi‘ stonden ergens
tussenin,
met als resultaat op lange termijn een compromis. Duitsland raakte
verdeeld
tussen Protestanten en Katholieken. Frankrijk en Belgi‘ kregen een paar
protestanten, maar ontwikkelden een antiklerikale Vrijdenkerstraditie. [Wallerstein,
27].
1618: Opstand van de adel in Praag op 23 mei 1618: ze
smijten de twee vertegenwoordigers van de Habsburgse keizer door het
venster
van de burcht (de Tweede Defenestratie van Praag).De jezu•eten
worden
uit Bohemen verjaagd en de Habsburgers van de troon gezet. Opstandige
troepen
- financieel wat gesteund door de Hollanders - rukken op tot aan de
poorten
van Wenen. Ze worden teruggedreven en op 8 november 1620 op de Witte
Berg
nabij Praag definitief verslagen.
De Praagse opstand luidt het begin in van de Dertigjarige
oorlog (tot 1648). Een vreselijk verwoestende huurlingenoorlog die
hele
streken in Midden-Europa ontvolkte, honderden bloeiende steden
vernielde
en hele gebieden terugbracht naar de donkerste Middeleeuwen. Een nieuwe
golf van lijfeigenschap installeert zich over Midden- en Oost-Europa.
Hongersnood
en pest maaien hele bevolkingen weg. De bevolking van Tsjechi‘ valt op
de
helft terug (tot anderhalf miljoen). In feite de Eerste Grote Europese
(Wereld)oorlog. Alle landen van Europa waren in deze oorlog betrokken
en in twee grote (wisselende)
blokkenverdeeld. Alleen in de muziek - deze 'abstracte' en dus
moeilijk
censureerbare kunstvorm - kan de helderheid (libertÚ),
rationaliteit
(ÚgalitÚ) en harmonie (fraternitÚ) van de Verlichting
bijna ongestoord uiting vinden, meestal onder een religieus of
keizerlijk
laagje camouflagevernis (Bach, Gluck, Stamitz, Benda, Mozart,
Richter...).
[Wat men in de muziekgeschiedenis 'Barok' noemt en later 'Klassiek',
zou beter onder de noemer vallen 'Verlichting'].
1781: De 'verlichte despoot' Jozef
II (1780 - 1790 - dezelfde die over de Zuidelijke Nederlanden
heerst)
schaft het lijfeigenschap af en vaardigt de 'Akte van
verdraagzaamheid'
uit die godsdienstvrijheid toelaat. Dit waren twee noodzakelijke
maatregelen
om het industriekapitalisme tot volle ontwikkeling te laten
komen.
De aanwezigheid van grondstoffen, vakmanschap en vooral de waterkracht
voor
de nieuwe machines van bergrivieren, had in de bergachtige
grensgebieden
centra van manufactuurproduktie doen ontstaan: kristal, textiel, ijzer.
Lijfeigenschap beperkte de noodzakelijke mobiliteit van arbeidskrachten
voor verdere ontwikkeling van de (stedelijke) industrialisatie.
Godsdienstdictatuur
sloot intellect, kapitaal en geschoolde arbeidskrachten buiten.
Tsjechi‘ wordt vanaf 1781 - naast Engeland, Belgi‘ en
Noord-frankrijk
- een van de belangrijkste kapitalistische industriegebieden van Europa
en het enige dergelijk centrum in het Habsburgse rijk. In Tsjechi‘ ontwikkelt zich in de negentiende eeuw een
sterke
nationale beweging, steunend op de nieuwe stedelijke middenklassen en
overwegend cultureel: Josef Dobrovsky (1753 - 1829), Frantisek Palacky
(1798 - 1876), Bedrich Smetana (1824 - 1884). [Te vergelijken met de
'Vlaamse beweging' in de negentiende eeuw in Belgi‘ met bv. Hendrik
Conscience, Peter Benoit,
Albrecht Rodenbach. In Tsjechi‘ echter was de nationale beweging
overwegend
antiklerikaal.]
1800: In de negentiende eeuw kent Tsjechi‘ een
stormachtige
industri‘le revolutie (zoals in Engeland en Belgi‘). Textiel, voeding
(brouwerijen), zware industrie. In 1844 komt het in Praag en in Liberec
(de tweede en een
nieuwe industriestad) tot arbeidersopstanden die bloedig neergeslagen
worden.
De Tsjechische bourgeoisie zÚlf wil uit het keurslijf van het
Habsburgse
absolutisme. De industrialisatie schept nieuwe lagen van geschoolde
middenklassen
in de steden die vatbaar zijn voor cultureel nationalisme.
Op 11 maart 1848 breekt een
nationale opstand uit in Praag (na de revoluties in januari in
Itali‘ en in februari in Frankrijk) die snel overslaat naar
heel het land. Het gaat om een nationale bevrijdingsstrijd, geleid door
de bourgeoisie maar met steun van de arbeiders, boeren en de stedelijke
middenklassen.
In juni hebben zware barrikadegevechten plaats in Praag. De stad wordt
door
de keizerlijke troepen gebombardeerd (een van de zeldzame keren in haar
geschiedenis). De opstand wordt neergeslagen. Na de eveneens
neergeslagen
opstand in Wenen zelf, in oktober 1848, wordt een waar schrikbewind
ge•nstalleerd
in heel het Habsburgse rijk: censuur, verbod op organisatie, sterk
politie-
en repressie-apparaat,... Na de Oostenrijkse nederlagen tegen het
nieuwe
Itali‘ in 1859 en tegen het nieuwe Duitsland van Bismarck in 1866, is
het
regime sterk verzwakt en moet de keizer een grondwettelijk systeem
invoeren.
De December-Grondwet van 1867 versoepelt het regime enigszins en laat
enkele
sporen zien van een parlementaire democratie. Hij blijft van kracht tot
de totale ineenstorting van het Habsburgse rijk in 1918 en het ontstaan
van de nieuwe staten: Tsjechoslowakije, Oostenrijk, Hongarije,
Joegoslavi‘.
1918 - 1939: De periode van de Eerste Republiek -
tot
de nazibezetting in oktober 1938 en maart 1939: zie hoofdstuk 6 uit het
boek: Het Sovjet-Duitse niet-aanvalsPACT, Lieven SOETE,
Antwerpen,
1989 [Blz. 147 tot 173].
Voor het eerst sinds het Hussisme kan
de
Katholieke Kerk tenvolle weerwraak nemen en doet ze dat ook. Het
katholicisme
wordt de verplichte staatsgodsdienst. Iedereen, van hoog tot laag moet
zich
bekeren of de biezen pakken. Al wie - al was het indirect - had
meegewerkt
met de opstandelingen, wordt onteigend. Bijna drie kwart van alle
gronden
worden op die manier herverdeeld. Vooreerst naar de Kerk en verder als
beloning
van de Oostenrijkse; Duitse, Italiaanse en Spaanse huurlingen die mee
de
opstandelingen hebben verslagen: Schwarzenberg, Mansfeld, Colloredo,
Piccolomini,
Huerta, Buquoy... [Veel van die namen vind je terug als namen van
barokpaleizen
of kastelen in Bohemen; later als kopstukken van de reactionaire
bourgeoisie
en adel en... sinds 1990 als 'Kanselier' van de president Havel.] De jezu•eten
komen met vernieuwde kracht terug, breken de helft van Praag af en
morsen
de stad vol met hun barokke kerken, kloosters, kapellen,
beelden,... Het is de enige echte ravagegolf die door Praag is
getrokken (buiten enkele grote branden, maar dat zijn eerder
'natuurrampen'). [Een tweede golf - in analoge omstandigheden van een
contra-revolutie - kondigt zich nu aan, de postmoderne barok].
Het is de periode van het Habsburgse classicisme.
[Grootste
gedeelte van de Burcht in Praag - te vergelijken met de
gebouwen
rond het Koningsplein in Brussel]
1815: De Habsburgers (prins Metternich) worden de
koplopers
en organisatoren van de reactie tegen de revolutionaire golf van de
Franse
Revolutie.
De Romantiek wordt de culturele tegenkracht tegen de
idee‘n
van de Verlichting. "Restauratie", "terug naar" (het
ancien
rÚgime, en verder als het kan) wordt de overwegende stroming:
neoromaans,
neogotiek (waar het huidige Praag overigens vol van staat:
nagenoeg
alle beroemde torens), neo-barok, neo-classicisme Ook hier veel
analogie
met de contrarevolutionaire barok die zogenaamd teruggrijpt naar de
Griekse
en Romeinse Oudheid; met de Mussolinistijl en met het hedendaagse
postmodernisme.
De restauratie- en retrograde stroming vindt ook het nationalisme
uit als tegenkracht tegen het universalisme, de ÚgalitÚ- en
fraternitÚ-gedachten van de Franse Revolutie. Ook de ontwikkelde,
moderne, kapitalistische staten lanceren en ontwikkelen het
nationalisme, als tegenkracht tegen de opkomende arbeidersbewegingen.
(Nationale eenheid tegenover klassenstrijd).Het nationalisme wordt
echter een tweesnijdend zwaard en in de multi-ethnische rijken
(Habsburgse, Ottomaanse, Russische) gebruiken de progressieve,
revolutionaire krachten ook het nationalisme om zich te bevrijden van
de voogdij en dwingelandij van de absolutistische heersers, die
bovendien nog 'vreemden' zijn. In de
nog feodaal verbrokkelde niet-staten, het latere Duitsland en Itali‘,
vormt
het nationalisme een hefboom voor de bourgeoisie om zich te vuur en te
zwaard
een eengemaakte staat te scheppen, noodzakelijk voor het kapitalisme.
Op het web
op: www.katardat.org/4pact/pact06.html
1939: Op 14 maart 1939 wordt de zogenaamd
'onafhankelijke'
staat Slovakije uitgeroepen, onder de leiding van de
plaatselijke
fascisten met bisschop Tiso. Op 15 maart wordt Bohemen-Moravi‘ een
'protectoraat'
van het Duitse Reich waar de SS en de Gestapo in feite de macht in
handen
hebben.Hongarije (fascistisch bondgenoot van nazi-Duitsland) annexeert
Transkarpatisch
Oekra•ene (Roeteni‘) en Oost-Slovakije.
De
communistische partij was in Tsjechoslowakije al behoorlijk
sterk (opgericht in 1921), voor de oorlog. Vanaf de eerste dagen van de
nazibezetting organiseert zij het clandestiene en openlijke verzet. Zo
wordt
midden november 1939 in Praag een massale studentenbetoging
georganiseerd
tegen de bezetters. 17 november wordt een nationale
herdenkingsdag.
[Door de anticommunisten handig gebruikt in 1989 om een provocatie op
te
zetten die het startsein betekende voor de 'fluwelen contra-revolutie'].
De ex-president Benes en de bourgeoisie vluchten
eerst
naar Frankrijk, later naar Londen waar in 1940 een 'Voorlopige
Regering'
wordt opgezet onder de leiding van Benes. De communistische leiders
verbleven
intussen in Moskou. In juli 1941 erkent de Sovjetunie de
Tsjechoslowaakse
regering in Londen en sluit op 18 juli een pact tot wederzijdse
bijstand
dat ondermeer bepaalt dat er in de Sovjetunie een Tsjechoslowaaks leger
zal uitgebouwd worden.
1944: Van 4 tot 11 februari: Conferentie van Yalta
(Stalin, Churchill, Roosevelt). Daar wordt al akkoord gesloten dat het
naoorlogse
Polen en Tsjechoslovakije de Duitstaligen (Silezi‘, Sudentenland) uit
hun
gebieden zullen mogen over de grens zetten.
In juni 1944 overschrijden
de
Sovjettroepen de Poolse grens. Het perspectief op bevrijding wordt
realistisch. Op 29 augustus breekt in Slovakije een gewapende opstand
uit tegen de eigen fascisten en de Duitse bezetters [De latere en
laatste communistische president Husak is een van de leiders van deze
opstand in Slovakije]. Pas eind oktober kunnen de fascisten hun greep
op het land grotendeels herstellen. In de bergen blijven hele gebieden
onder controle van de partizanen. Op 4 oktober 1944 trekt het Rode
Leger Tsjechoslowakije binnen (in Slovakije).Begin april
1945 bereikt het Moravi‘. De fascisten trekken zich terug in en rond
Praag.
Intussen immers rukken de geallieerden vanuit het westen steeds verder
Duitsland
binnen. Berlijn, Saksen, Beieren, Oostenrijk en Bohemen worden de
laatste,
dus wanhopige en zeer hardnekkige weerstandsnesten van de meest
fanatieke
nazihorden. (Hun ontsnappingsroutes zijn via Oostenrijk, Zwitserland,
Sloveni‘,
Kroati‘ en het Vaticaan intussen met de Amerikanen al georganiseerd. De
overblijfsels van het collaboratieleger vanVlassov waren in die dagen
bv.
ook in Praag, evenals Vlassov himself.).
1945: De Sovjettroepen bezetten op 3 april
1945
Wenen (naast Berlijn het tweede hart van nazi-Duitsland). De wurggreep
tegen
de fascisten die zich nu alleen nog rond Berlijn-Praag
terugtrekken,wordt
steeds groter. Op 2 mei wordt Berlijn volledig bezet. Op 5 mei 1945
geeft
de communistische partij het startsein voor de opstand in Praag. Er
wordt
verwoed gevochten. De stad ligt onder Duitse artillerie [Een deel van
het
Gotische stadhuis wordt verwoest. Als monument heeft men tot hiertoe
deze
plek midden in de stad onbebouwd gelaten.] De Duitsers onderhandelen
met
de Amerikanen die intussen tot inPilzen (in West-Bohemen) zijn opgerukt
om Tsjechoslowakije door de hen te laten bezetten en zich aan de
Westerse
geŠllieerden te kunnen overgeven. Een deel van het Rode Leger dat aan
het
optrekken is naar Berlijn waar de gevechten in hun eindfaze zijn,
draaien
om en trekken naar Praag. De stad wordt op 10 mei (jawel: 2
dagen
nadat de Duitsers de capitulatie hadden ondertekend) door de
Sovjettroepen
bevrijd.
17 juli tot 2 augustus 1945: Conferentie van Potsdam.
Op 12 december sloot Benes (in Londen) een verdrag met
de
Sovjetunie "tot vriendschap, wederzijdse bijstand en
samenwerking
na de oorlog". In de lente van 1945 was Benes in Moskou om er met
de
communistische leiders te onderhandelen over de nieuwe regering na de
oorlog.
Op 4 april 1945 wordt in Slovaakse stadje Kosice,
reeds bevrijd door het Rode Leger, een regering van het Nationaal
Front
van de Tsjechen en de Slovakenge•nstalleerd. Ze bestaat uit
evenveel
leden van de Communistische Partij, de Tsjechische Katholieke
Volkspartij,
de Sociaal-Nationalisten, de Sociaal-Democraten, en de Democratische
Slovaakse
Partij.Premier is de sociaal-democraat Zdenek Fierlinger, Klement
Gottwald,
leider van de communisten, is vice-premier. Ze publiceert het Regeringsprogramma
van Kosice. Benes blijft president van deze Tweede Republiek.
Overal
worden ComitÚs van het Volksfront opgericht. Dit zijn een soort
sovjets: verkozen raden van ex-partizanen, arbeiders, boeren en
werkers
uit de middenklassen).
1946: In december 1945 zijn alle Sovjettroepen uit
Tsjechoslowakije
teruggetrokken. [Idem in Joegoslavi‘, Noorwegen en het Deense eiland
Barnham.]
Op 5 maart houdt Churchill zijn fameuze anti-Sovjettoespraak
in Fulton (USA) waar hij het 'IJzeren Gordijn' afkondigt en de Koude
Oorlog
lanceert.
In mei 1946 zijn er algemene verkiezingen. Met 38%
van
de stemmen en 114 van de 300 zetels zijn de communisten de sterkste
partij
(40 % in Tsjechi‘ en 30 % in Slovakije). Klement Gottwald wordt Eerste
Minister
van een coalitieregering die verder het radicaal democratisch programma
van Kosice wil uitvoeren.
In 1947 mislukt de oogst in Tsjechoslovakije. Er is acute
hongersnood.
In december stellen de VS hun veto om nog langer via het noodfonds van
de nieuwe UNO voedsel te leveren aan Tsjechoslovakije. De Sovjetunie
daarentegen levert 600.000 ton graan (terwijl de situatie daar er ook
alles behalve een van overvloed was). Minister Masaryk (geen communist
en sterk pro-Westers) vraagt een lening aan de VS. Die wordt geweigerd
"zo lang er communisten in de regering zitten".
1948: De bourgeois-krachten - volop gesteund door de
Amerikanen
en de Britten (we belanden intussen in de Koude Oorlog) -
voeren
steeds openlijker en scherper een obstructie- en sabotagepolitiek,
profiteren
van de crisissituatie (hongersnood) en cre‘ren die mee zelf door
sabotage-acties
in mijnen en fabrieken. Op 17 februari 1948 dienen 12 ministers van de
sociaal-nationalisten, de katholieken en Slovaakse democraten en bloc
hun ontslag in. Ze rekenen op een machtsvacuÄm door maandenlang het
regeringswerk onmogelijk te maken.
De 14 andere ministers (communisten en sociaal-democraten) blijven
echter
en de lege posten worden opgevuld met ministers uit deze twee partijen.
(De
sociaal-democraten splijten wel in twee blokken). Dit wordt de 'februaricoup
van de communisten' genoemd in het anticommunistische jargon.
[Deze 'februaricoup' wordt aangegrepen als alibi voor de herbewapening
en het stopzetten van de denazificatie van West-Duitsland, de
oprichting van de NATO en de WEU.] De ComitÚs van het Volksfront
nemen overal de effectieve
macht in handen. President Benes be‘digt, na lang dralen en na massale
demonstraties
in heel het land, de nieuwe regering op 25 februari 1948. Na het debat
in
het parlement op 10 maart over de regeringsverklaring, namen er 230 van
de 300 deel aan de stemming. Allen stemden voor: 106 communisten (niet
eens
de meerderheid!) en 124 uit andere partijen.
Op 9 mei 1948 wordt een nieuwe Grondwet aangenomen waarbij
Tsjechoslowakije "een Volksdemocratische Staat is die het socialisme
wil opbouwen". Op 7 juni 1948 neemt president Benes ontslag; K.
Gottwald wordt in zijn plaats verkozen door het parlement.
De Koude Oorlog krijgt vaste vorm en structuur. Een
hele
reeks organisaties wordt op poten gezet met telkens expliciet als doel:
het bestrijden, indammen, van het communisme en gericht tegen het
'Oostblok'.
Op 17 maart 1948 wordt te Brussel het Europees
Defensiepact
gesloten tussen de Beneluxlanden, Frankrijk en Groot-Brittanni‘. Het is
expliciet gericht tegen een mogelijke Sovjetagressie. In 1955 zullen
Duitsland
en Itali‘ erbij aansluiten en verder als WEU bestaan.
Op 16 april 1948 wordt de OESO opgericht: de 16
landen
die meewerken aan het Marshallplan. Op 18 juni 1948 wordt in de
westelijke
bezettingszones van Duitsland eenzijdig en plots een nieuwe munt
ingevoerd.
Dit betekent een de facto cre‘ren van twee Duitse staten. Op 25 juni
leggen
de Sovjets in reactie daartegen een blokkade rond West-Berlijn.
Op 4 april 1949 wordt in Washington de NATO
opgericht.Op
5 mei 1949 wordt in Londen de Raad van Europa opgericht met
alle
Europese landen in de Amerikaans-Britse invloedssfeer. Op 2 mei 1951
wordt
in het kader daarvan de Europese Commissie voor de rechten van de
mens
opgericht.
Op 23 mei 1949 wordt de Bondrepubliek Duitsland
opgericht
(tŽgen alle afspraken van Yalta en Potsdam in) en op 21 september, als
antwoord, de DDR.
Op 28 oktober 1950 wordt de Europese Defensiegemeenschap
opgericht, bedoeld als militaire arm van de EGKS. Groot-Brittanni‘ is
daar
niet bij. Het is vooral bedoeld als middel om West-Duitsland (lid van
de
EGKS maar nog geen lid van de WEU of de NATO) te kunnen herbewapenen.
Plan
gaat niet door omdat het Franse parlement het verdrag niet wil
ratificeren
in 1954.
1968: de zogenaamde 'Praagse Lente' en de
tussenkomst
van de troepen van het Warschaupact (zonder de DDR en Roemeni‘): zie
Deel
1 uit het boek: USSR, de fluwelen contra-revolutie, Ludo
MARTENS,
Antwerpen, 1991 [Blz. 43 tot 69].